Saturday, March 5, 2011

Op de apenrots

Het lijkt wel alsof het dames-maand is. Alle teksten die ik schrijf, interviews die ik doe en ritten die ik maak lijken doorspekt met hetzelfde thema: Vrouw op de fiets. Vorige week interviewde ik Nynke de Jong en Marijn de Vries voor een artikel voor in de Fiets en een paar dagen daarna reed ik mee met de dames van Last Gear in Eerbeek, zodat ik een stukje over ze kon schrijven voor het blad van de NTFU. En ergens is dit voor mij een goede ervaring geweest, die mij ook echt raakt. Ik ben namelijk niet alleen.

Ik fiets nog niet zo lang en heb het mezelf regelmatig erg moeilijk gemaakt door alleen maar mee te fietsen met mannen die al zoveel verder waren dan ik. Ik verklaar wel eens lachend dat ik toerdersbenen met een koershart heb, maar wat daar dan ook nog bij komt is een enorme dosis onzekerheid. Dat maakt leren moeilijk. Ook heb ik de neiging mezelf te vergelijken met andere fietsers en aan de hand van die vergelijking mijn doelen te stellen..... dat is pittig hoor als je fietst met een stel kerels! Op karakter ga ik mee, maar achteraf vraag ik me wel eens af waarom, waarom, waarom doe ik mezelf dit aan?

Nynke de Jong en Marijn de Vries hebben samen een boek geschreven - Vrouw en Fiets, handboek voor de fietsende vrouw heet het – en daar ging het interview dan ook over. Nynke is een onwijs grappige toerfietser, ze heeft geen Andy Schleck achtige bouw, maar zo op het eerste gezicht een paar goede benen en een pittig karakter. En Marijn? Die kan fietsen! Ze rijdt niet voor niets in het nieuwe pakje van Team AA drink Leontien.nl en dan te bedenken dat ze eigenlijk nog niet eens zo heel lang fietst. Ik heb een leuk gesprek gehad met die twee. Af en toe maakte mijn hart een sprongetje en van binnen riep ik: “Jij ook? Ik ben dus niet de enige?” Marijn vertelde bijvoorbeeld over hoe ze erachter kwam dat ze meer met haar lichaam kan dan ze dacht dat ze kon en dat ze daar al fietsend achter is gekomen. Ze vertelde dat, dat inderdaad wel iets met je doet. Nynke vertelde dat ze het sprinten naar plaatsnaambordjes doodgewoon niet leuk vind en dat, dat okay is.

Wat mij opviel was dat beide fietsters het accepteren dat ze niet zoals de mannen zijn, sterker nog, ze zijn tevreden met de fietster die ze zijn! En daar zit mijn les, ik kan niet altijd even hard als de mannen, ik rijd nog niet zo netjes in het wiel als het meisje van de club die al tien jaar op de fiets zit, ik vind koersjes eng, ik voel me een beetje alleen als ik met een naar plaatsnaambordjes-sprintende-mannen-groep rijd, ik vind dalen eng, maar ik doe het allemaal wel en iedere keer blijkt dat wat ik vooraf als totaal onmogelijk zag toch best mogelijk is.

Voor mij was het goed om die twee te interviewen, want ik kwam erachter dat ik niet de enige was, dat het niet raar is om soms verbaasd te staan kijken naar de groepjes mannen waar tussen ik mij begeef.
Met mijn Wow-ik-ben-een-vrouw-gevoel ging ik richting Last Gear in Eerbeek. Dit is een mountainbike club met bijzonder veel vrouwelijke leden. De trainer van de club – ook een vrouw – vertelde mij hoe ze merkt dat vrouwen echt anders zijn. Dat een man die op een berg staat en die naar beneden mag helemaal los gaat, maar dat een vrouw tijdens het naar boven rijden zich als druk maakt over hoe steil het daarna naar beneden gaat.

Zoiets zei Nynke ook! Iets over vrouwen die van te voren denken dat ze het niet kunnen terwijl mannen zich er doorheen bluffen....

Ik ben niet alleen! Er zijn er meer zoals ik!

Na alle vrouwen interviews ging ik dan toch fietsen met een man.... snot op mijn wang, tegen een mannen kont aan kijkend, steeds net even wat harder dan leuk was. Af en toe snijdende opmerkingen over mijn tempo en ik die daar serieus op in gaat en die uitlegt wat een last ik heb van de koude lucht en dat ik mijn inhaler ben vergeten. De man die ineens gaat bepalen wat onze route wordt en de man die grappen begint te maken over lossen terwijl we stil staan.

Waar was ik terecht gekomen? Sinds wanneer mag er op de apenrots gefietst worden?

Ik vond het niet zo leuk meer, wat een vervelende man!

“Als ze dat de hele tijd zouden doen, vind ik het goed, maar dan fiets ik wel mijn eigen rondje.” Hoor ik ineens in Nynke’s stem in mijn hoofd. Ik ga naast de man fietsen en vertel hem dat ik het eigenlijk niet heel erg leuk vind om de hele tijd achter een kont aan te rijden die zonder enige communicatie de route kiest en die stomme dingen naar me roept. En toen gebeurde het, mijn hartslag schoot omhoog en alsof het de mijne niet was hoorde ik mijn stem “Dus ik ga de andere kant op, doei heh.”

Mwuaaah! Ik heb het gedaan!

Om de hoek pakte ik mijn telefoon en belde mijn trainingsmaatje. Wow wat was ik trots.
Bedankt Nynke, Marijn en de dames van Last Gear! Jullie dachten misschien dat zo’n interview handig was voor de verkoop van het boek of ter promotie van je club. Nee joh, het was voor mijn zielerust!

4 comments:

  1. Met wat voor een stel asocialen fiets(te) jij...

    ReplyDelete
  2. Mooi Rose, hulde! gewoon je eigen ding doen, daar ben je het beste in!

    ReplyDelete
  3. Hoelang blijf je schrijven dat je nog niet zolang fietst? En als je dan nog niet zo lang fietst en je gaat met snellere mannen mee, dan is het niet zo gek dat je niet mee kan. Is niet asociaal van die mannen, maar niet slim van jezelf. Advies: meld je aan bij een tourclub en rij daar een paar jaar mee!

    ReplyDelete
  4. @anonymous, je mist volledig waar het over gaat.

    ReplyDelete