Showing posts with label wielrennen. Show all posts
Showing posts with label wielrennen. Show all posts

Thursday, May 13, 2010

Potentiële sleutelbeenbreuk…

Toen ik deze winter mijn eerste val maakte, door in een bocht met koud, glad weer over zo’n witte zebrastreep te rijden, vertelde iemand me dat ik pas echt meetel als poldertrapster wanneer ik mijn sleutelbeen eenmaal gebroken had. Ik vind dat een eng idee, ik kan me zo voorstellen dat het enigszins pijn doet.

Ik fiets weleens met iemand wiens motto is dat sturen het nieuwe remmen is. Met die gedachte ben ik een beetje aan het oefenen om harder bochten door te komen, in de stad, buiten de stad, alleen, in de groep. Slechts in het uiterste geval mag ik remmen, ik wil immers niet als een toerder de bocht door kruipen.  Doodsangsten sta ik uit bij sommige bochten: wat nu als ik tegen die muur oprijdt, of erger nog van dat dijkje af, een slipper maak en iets breek. Maar ja, alles om er niet als een toerder bij te rijden he...

Hoe groot is de kans dat ik val eigenlijk? Als ik volop meetrappend de Amerongse afrijd aan de lange kant. Als ik liggend op het stuur in een Cancellariaanse houding volle bak over een bobbeltje rijd. Als ik met nat weer plots moet remmen en mijn remmen met enige vertraging ineens de wielen weten stil te zetten. Of als ik een enorme zijwaartse rukwind op mijn uitermate onhandige, doch mooie velgen vang?

De nerd in mij zou wel een risicoanalyse willen maken, de empirische poldertrapster in mij weet de risico’s allang op te noemen, is op de hoogte van de toevalligheden en onregelmatigheden in de omstandigheden en zal niet eens proberen een risicoanalyse te maken. Fietsen in Noord-Holland is levensgevaarlijk! Zo simpel is het! En niet alleen voor mij hoor, ook voor mijn omgeving.

Zo begon ik gisteren in volle snelheid, tijdens het passeren van een niets vermoedende in stilte verkerende wandelaar, plots tegen mijn fietsmaat te praten. De wandelaar schrok zich rot!

Of de vrouw en de Garmin:“Links af! Nee niet hier, de volgende pas. Ja nu! Nee dat is rechts! Ja nu zijn we van de route, kunnen we mooi omdraaien.” Dat is niet veilig om voor je te hebben op de weg. In mijn geval is het nog erger: als ik op kop rijd en je vertelt me rechtsaf te gaan, ga ik doodleuk links. Gevolg, achter me, slordig op elkaar gestapelde renners.

Dan is er gewoon nog  het niet opletten, na een paar uur in eenzaamheid met de iPod over smalle plattelandswegen weer de stad inkomen en net, op een haartje na langs een rijdende auto schieten. Terwijl ik al zo leeg ben dat ik het me niet meer besef ...

Er zijn dus veel verschillende factoren. Maar er is 1 ultieme bottenbreker die in al zijn voorspelbaarheid heel onvoorspelbaar is en dat is de eend. Met nat doet ie een beetje raar, gaat ie midden op de weg in een plasje water zitten of aan de rand van de weg staan grazen. Her en der liggen ze in deze regentijd aan de kant van de weg: hoopjes veren met wat uitgesmeerd rood. Heel sneu. Maar als het erop aan komt, zijn die beesten vijand nummer 1 van de serieuze poldertrapster. Zo reed ik pas lekker een stukje met een jongen op een koersfiets waarvan de remkabels aan vervanging toe waren. Onder deze omstandigheden moest hij gespitst zijn op tijdig remmen of heul maar dan ook heueul goed sturen. Op het moment dat we met een snelheid van 32 een dijkje nemen, staat daar die eend... onbeweeglijk. Mijn maat gaat volop in de verrotte remmen en 5 cm voor de eend staat hij stil en klikt uit. Een zucht van opluchting en het besef hoe de afloop ook had kunnen zijn: chirurgen, mitella’s en de Tacx...  En de eend? Die bleef gewoon staan, bewoog zijn kop niet eens!

Vorige week, Ronde Hoep, de teller op 34 km/h, aan de rechterkant van de weg hebben meneer en mevrouw eend een momentje voor elkaar en voor mij een tegenligger in de auto. Ik houd mijn benen stil, het prachtige geratel van mijn naven snijdt door de stilte. Mevrouw eend staat op, meneer eend wordt gelanceerd en vliegt rakelings langs mijn gezicht, een hand voor mijn ogen en een slinger, een beetje uit evenwicht, meneer eend is weg, de tegenligger zet de voet op de rem en stuurt iets naar de andere kant van de weg, ik hervind mijn evenwicht, hand terug op het stuur, trappend, fiets bijsturen en naar de zijkant van de weg, mevrouw eend begint te waggelen, de tegenligger kijkt me recht in de ogen, ik hang met mijn lichaam iets naar de rechterkant en net op tijd voorkom ik dat ik een hoopje haar met wat uitgesmeerd rood aan de kant van de weg word.

Het zou je maar overkomen als eendenkuikentje, dat je op deze wereld komt met het verhaal van ma en pa eend die terwijl ze aan het “knuffelen” waren en een “nestje bouwden om jou, het eendenkuikentje te verwelkomen” er een mensenkuiken van de fiets werd gereden, omdat papa en mama eend zonodig langs de weg..... dat is toch ondragelijk!

En ik maak me druk om een sleutelbeenbreukje of een slag in het wiel.

Wednesday, April 7, 2010

7 april, nationale feestdag

Wielrennen is misschien wel de enige sport waar oude mannetjes de jonkies kunnen overtreffen. Je ziet het wel eens bij een koers … die hele jonkies, zo fris en vers als het maar kan, nog nul ervaring en nog niet kunnen doseren. Stevig doortrappend en aan het eind volledig stuk. Gevolg: als laatste binnenkomen. Fietsen is veel meer dan alleen maar hard kunnen rijden.


Langzaam aan leer ik wat meer. Zo kon ik pas niet meekomen met een groepje en werd mij verteld dat ik erop moest letten, hoe hard de groep de bochten in ging en dat ik moest zorgen dat ik het sneller deed. Wie niet snel is, moet slim zijn: door de bochten sneller te nemen, reed ik het gat weer dicht, sterker  nog … binnen no time reed ik vooraan!


In een groepje rijden en stoer willen doen is nog zoiets, waarom zou ik als net beginnende vrouwelijke fietser perse aan kop willen rijden terwijl ik met een ploegje kerels rijd. Dat is niet logisch. Wel logisch is het om mijn krachten te sparen en bij iemand in het wiel te rijden. Met een beetje mazzel kan ik aan het eind nog wat aanzetten en even patseren. Maar meestal zal het zijn dat ik het eind haal en gewoon moe ben en opgelucht erken dat ik goed gereden heb om vervolgens in de trein terug te zitten knikkebollen.


Vorig jaar reed ik met mijn fietsvriendin, Mira, en we werden ingehaald door een stel mannetjes, in van die vaal- en slapgewassen oude wielerkleding, op wat oudere fietsjes, grijze haren onder de gedateerde helmpjes. Gewoon oude mannetjes, dus. Nou, ik werd royaal in mijn ego gegrepen, hoor. Ingehaald? Door oude mannetjes? En ik zette aan en haalde ze alsnog in, binnenno time werd de afstand tussen hen en ons groter en had ik de eer dat ik sneller was dan de oude mannetjes. Ik had wel mazzel dat ze links af sloegen, want ik was kapot en moest echt even rustiger rijden om bij te komen. Verspilde energie!


Ode aan de oude mannetjes! Het is niet het ouderwetse wielershirt, of die zilvergrijze haren, het soort praatjes of die oude fietsjes. Het zijn de kuiten die de waarheid vertellen: de kuiten zijn het, waar mijn waardeoordeel over dient te gaan. Dat die kuiten zo droog zijn, zonder vet, zichtbare aders en dat ik de spieren zie bewegen, is geen kwestie van ouderdom. Die kuiten zijn zo omdat ze al jaren lang kilometer na kilometer opvreten. Uur na uur, dag na dag, klim na klim, wind tegen, wind mee, lange rechte wegen en maar trappen. Die kuiten hebben meer jaren op de fiets gehad, dan ik op aarde ben. Die kuiten hoeven niet meer met een stemverheffing te spreken, want zodra wij jonkies ze zien, rest ons niets dan een respectvol zwijgen.


Het zijn deze kuiten die mij gisteren hebben gered. Na een lange intensieve rit kreeg ik - terwijl ik al bijna op was - de wind van voren. Ik stond zowat stil. De moed zonk ver in de fietsschoenen, nog 15 km met deze wind, ik kwam zo nooit meer thuis. Toen werd ik ingehaald en met een vriendelijk stem zegt het oude mannetje dat ik bij hem in het wiel kan. Ik ben door hem zowaar helemaal terug naar Amsterdam gereden. In mijn eentje was dat me niet zo mooi afgegaan.


Niet alleen had dit oude mannetje de ervaring die hem vertelde hoe te doseren om zichzelf niet stuk te rijden. Ook had hij, door dagelijkse training vanaf zijn pubertijd en jaren koersen, de ervaring en kracht om die wind rustig aan te pakken. Maar vooral had hij het vertrouwen in zichzelf, wat nodig is om het ego los te laten en in plaats van aan mij te laten zien hoe sterk hij wel niet was, nam hij me mee in het wiel. Het klinkt misschien niet zo stoer dat ik in het wiel van een oud mannetje naar huis ben gereden. Maar iedereen die met regelmaat op de fiets zit, weet dat hoe grijzer het haar, hoe taaier de fietser.


Ik roep vandaag dan ook uit tot de nationale-oude-mannetjes-op-de-fiets-dag en vanaf nu moeten we jaarlijks op deze dag stilstaan bij het feit dat deze oude mannetjes héél, maar dan ook héél stoer zijn!
7 april, de nationale-oude-mannetjes-op-de-fiets-dag!