Showing posts with label training. Show all posts
Showing posts with label training. Show all posts

Saturday, January 15, 2011

Mee!

Fietsen – of gewoon sporten – valt zwaar als je niet helemaal fit bent. Zo rond deze tijd van het jaar zijn veel fietsers niet fit doordat ze weinig uren op de fiets zaten in de winter. Anderen modderen met hun gezondheid. Vlak voor of vlak na een griep of kouwtje kan sporten zelfs pijn doen.

Vandaag ben ik voor de eerste keer mee gegaan met de training van de club. Vorig jaar trainde ik op woensdagavond met de dames en dit jaar heb ik besloten met de heren mee te trainen. Na het rijden op mijn crosser en wat ritjes met een clubgenoot viel het me op dat ik – voor mijn doen – best sterk ben op het moment. Ik ben mooi de winter uit gekomen. Ik heb wel wat advies gevraagd bij die clubgenoot… of ik wel mee zou kunnen komen was vooral mijn vraag. “Jawel hoor, als ik zie hoe jij vorige week mee reed kan je dat met gemak.” was zijn antwoord.

Goede hoop!

Donderdag trainde ik met de crosser op het parcoursje - rondom het weg parcours - op Sloten. Mijn zelfvertrouwen en sterke benen vielen mij op, maar ik ben op tijd gestopt. Ik voelde natte, slaperige ogen en mijn luchtwegen leken licht geïrriteerd. ’s Avonds aan de telefoon met goede vriend het trainingsmaatje – niet te verwarren met het clubgenootje – sprak ik met trots over mijn vorm.

Vrijdagavond zag ik op weer.nl dat het vandaag zou gaan waaien, na wat overwegingen besloot ik vol zelfvertrouwen naar bed te gaan. Ik weet dat als ik de juiste positie pak in de groep dat ik meekom. Pas met wind in de rug zal het opvallen dat ik wat minder sterk ben, want dan valt het voordeel van de groep weg.

Vanmorgen werd ik lekker fris wakker, stapte onder de douche, liet de hond uit en met een ontbijtje met koffie in de buik stapte ik op de fiets. Afspraakpunt… De Haan wielersport in Ouderkerk aan de Amstel. De groep verzamelde zich, veel jeugd op extreem luxe fietsjes en een paar mij bekende Amstelamateurs. “Oh wat leuk! Ik hoor erbij!” dacht ik opgewonden. De groep splitste meteen in een groep met jeugd en eventueel de dames en de groep met amateurs en nog iets wat ik niet verstond. “Amateurs! Dat ben ik! Dat is mijn groep!” dacht ik terwijl ik meereed. De brug over, langs de achterkant van het dorp en dan over dat gele stuk asfalt weer terug langs de Amstel. Onder de brug door en ….. POEF! WIND! PLAT OP MIJN POFFERTJE!

Twee meter, doortrappen, drie meter, alles geven want ik moet mijn fijne positie pakken waarvan ik zeker weet dat ik mee kom, vier meter, aanzetten …. En flop, flop, flop mijn benen weigeren dienst. Met mijn maximale hartslag sta ik binnen vijf minuten training bijna stil. En mijn groepje? Mijn groepje rijdt door.

Ik heb me omgedraaid en ben naar de jeugd gereden. Hoe dan ook, ik moest en zou trainen. Na een half uur mee met de jeugd voelde ik dat mijn benen niet meer wilden, mijn armen deden zo’n pijn dat ik niet meer wist hoe het stuur vast te houden. Ik heb me af laten zakken en een groet gemompeld. Met tranen in de ogen  ben ik naar huis gegaan.

Ik wilde zo graag. Alleen zat het er niet in vandaag. Ik zit nu op de bank, beentjes omhoog. Ze doen pijn, tot diep in mijn botten. Deze week maar rustig aan. Volgende week kan ik weer mee.

Wednesday, January 5, 2011

The unbearable lightness of cycling!

Fietsbroek, Polarborstband, sport-bh, zweetshirt, lange broek, shirt met lange mouw, jasje, windstoppertjes, sokken, Buff voor op hoofd, Buff voor om mijn nek, iPod in achtervakje, schoenen, overschoenen, helm op, bril, een sultana, reserve bandje, handschoenen aan, Polar pakken, naar de fiets lopen.....

Waaaaaat?! Het ding ligt nog uit elkaar na de vorige schoonmaak beurt. Fietskleren zijn heel warm als je binnen bent, ze zijn erop ontworpen om buiten, met rijwind warm te zijn. Dus niet binnen terwijl ik met enige irritatie mijn cassette op mijn achterwiel zet.

Het is fris, bewolkt en er staat een koude wind. Ik heb geen zin in de hele ringvaart, dus ik besluit hem tot Crucius te pakken en dan weer terug. Op die manier heb ik een duidelijk idee van wat me te wachten staat en heb ik toch een leuk stukje gereden. De bedoeling is om deze rit in een lage D1 te rijden en ik heb het gevoel lekkere benen te hebben. Op de iPod heb ik een gesproken boek, dat werkt voor mij tijdens rustige trainingen.

Bij de voordeur begint de buurvrouw tegen me te praten – je weet wel – de buurvrouw die altijd zo lang van stof is. Ik mompel wat en stap op mijn fiets, maar eigenlijk schaam ik me omdat ik haar afgepoeierd heb. Het is geen slechte vrouw, maar die verhalen over haar zoon boeien me gewoon niet altijd.

Op naar de ringvaart!

Bij Sloten kies ik ervoor om niet de brug over de ringvaart te nemen. Afgelopen weekend was deze zeer glad en ik wil niet plat op mijn poffertje, met een paar tanden in het asfalt eindigen. Wat blijkt? Mijn b route is nog veel erger... twintig meter klunen omdat er ijsplaten op de weg liggen. Resultaat? Een ijsbal onder mijn schoenplaatje en vlak voor de neus van een charmant ogende jongen lukt het me niet om in te klikken.
@%#$%^ @%$%^ nog an toe!

De ringvaart op... ik heb inderdaad goede benen, de wind lijkt me voor geen meter in de weg te zitten. De dorpjes trekken aan me voorbij en vlak na halfweg krijg ik de wind in de rug, met een lage hartslag trap ik een flinke vaart weg en voel me alsof ik vleugels heb. Wat is het toch lekker rijden op de weg na al die dwaze sneeuw stormen en cross dagen. Ik ben benieuwd hoe hard ik ga en check mijn Polar.... waaaat? Hij doet het niet? Ik stop, spuug op mijn vingers en rommel tussen alle lagen kleding door naar mijn borstband. Dat kan de enige oorzaak zijn, de borstband is niet nat en pikt dus mijn hartslag niet op. Dat krijg je met zo’n rustige training in de kou, ik zweet niet. Een paar auto’s rijden voorbij terwijl ik op mijn vingers spuug en met mijn hand mijn shirt in ga ten hoogte van mijn borsten. Ik hoop van harte dat ze niets vreemds ervan denken. Mijn Polar pikt niets op en van irritatie gaat mijn hartslag omhoog. Dan maar doorrijden op snelheid en cadans. Door op mijn ademhaling te letten kan ik wel gokken hoe ik ervoor sta met mijn hartslag.

Ineens voelt mijn training zwaar, alles wat tegen zat vandaag heeft zich in mijn hoofd genesteld en lijkt tegen me te schreeuwen: “Draai om! Draai om! Ga naar huis mijn kind! Je hoort niet te fietsen tijdens deze dagen van bar en boos!” Vlak voor Crucius heb ik het gehad en ik geef op, ik draai om. Met de staart tussen de benen en de kaken op elkaar geklemd rijd ik terug. “Wat een rotdag.” Mompel ik tegen mezelf.

Thuis gekomen krabbel ik de afstand en de snelheid in mijn trainings-logboekje en pak een zak chips en wat cola.

Het was gewoon zo’n soort dag.

“Ach,” vertel ik mezelf “de gemiddelde wielertoerist heeft sowieso zijn fiets niet aangeraakt en ik wel.”

Thursday, December 16, 2010

over de videotheek, het fietsmaatje en de Tacx

Bij de videotheek om de hoek kennen ze me al… aan het eind van de middag kom ik binnen op een doordeweekse dag voor een filmpje. 
Niet te moeilijk... wel lang, een beetje zo’n film die me meeneemt in het verhaal, maar waarbij ik niet veel hoef na te denken. Vooral op dagen als vandaag, want het regent en niet zo’n beetje ook. 
Dus op mijn fiets gaat het achterwiel met het blauwe Tacx bandje en ik ga de doodsaaie strijd met de klok-in-combinatie-met-de-slappe-film aan.

Tacxen is niets aan, het is saai, een minuut kan op de Tacx zeker een uur duren. Dus waarom Tacx ik dan? “Ik heb een doel” is het simpele antwoord.

Altijd ergens rond 25 minuten, de 54 en het uur met 13 minuten krijg ik het zwaar, niet fysiek, maar in het hoofd, dat eeuwige hoofd. Ik heb dan geen zin meer, de tijd lijkt te langzaam te gaan, het is nog lang geen voorjaar of ik wil mijn mail checken.

Mijn fietsmaatje is veel beter in dit soort dingen dan ik. Hij is type verstand op nul en doortrappen. Ik weet niet of hij wel zo’n goede fietser is, maar wat ik wel weet is dat hij op karakter overal komen kan. Vergeleken hem ben ik een wijf, een jankerd. Het fietsmaatje weet mij goed te motiveren, hij verteld me niet dat ik door moet zetten of dat ik een watje ben als ik het niet doe, nee hij verteld me heel rustig dat hij “de vorige keer 96 minuten op de Tacx zat”..... Ja daar heb je me mee... ik moet dan meer.
Honderd heule minuten werd mijn doel. Dan verteld Fietsmaatje me dat zijn “doel de vorige keer negentig minuten was en dat ik daarom dan, als ik zonodig meer wil, zeker honderd-en-zes-tacx-minuten moet maken” Het werden er 100 en 7!

Het filmpje wat ik huur bij de videotheek is ook niet zaligmakend, het is afleiding, maar mijn hoofd verteld me binnen no-time dat ik het net zo goed op de bank kan kijken met een zakkie chips. Het is campingweer vandaag. Dat is regen, regen en nog eens regen. Ik ga op zoek naar een film van 115 minuten. Een film die je beter niet vanaf de bank kunt kijken... de chips en de cola komen vanavond wel.

Als iemand nog film suggesties heeft, of met me wilt skypen tijdens het tacxen... dan hoor ik het graag.

Monday, August 2, 2010

Sprinten

Mijn collega is een schaatster en schaatsers... fietsen ook. En mijn collega traint zelfs behoorlijk veel op de fiets, geloof ik.

Tijdens de Olympische spelen hoorde ik, in het commentaar van de NOS, iets over goede en minder goede starters. De goede starters weten hun snelle kracht, sprinterskracht of startkracht goed aan te spreken. Dat heeft te maken met de samenstelling van hun spieren.

Spieren bestaan uit vezels: de snelle, witte spiervezels en de langzame, die rood zijn. Die witte, snelle vezels zijn de explosieve jongens en de rode, langzame vezels zijn de diesels.  De snelle vezels hebben in tegenstelling tot hun rode langzame broeders, het vermogen om te groeien in volume, daarom zien sprinters er vaak wat gespierder uit. Hun spieren hebben meer van die witte jongens.

Ik vermoed dat ik heel veel van die rode, langzamere vezels heb.

Mijn collega vertelde me dat schaatsers starttrainingen doen. Aan een soort elastiek, wat tegenkracht geeft, oefenenen ze het snelle explosieve starten. Nu heb ik daar als fietser niet zo veel aan, maar gelukkig had ze voor mij een tip... de trap op sprinten. Met van die kleine tikjes zo snel mogelijk naar boven en dat niet toevallig een keertje, nee iedere keer als ik naar boven moet. Volgens mijn collega zal ik daardoor beter leren sprinten.

Ik weet niet zeker of ze me voor de gek houdt, het maakt niet uit, ik doe het gewoon. Zo heb ik in Rotterdam, tijdens de dag van de proloog van de Tour elk trappetje opgesprint... tik tik tik naar boven. Metro trappen, de trap bij Hotel New York, de trap bij de Kunsthal, trap bij het station, die naast de Erasmusbrug, alle trappen. En de jongen waarmee ik de dag doorbracht deed met me mee!

Tik tik tik, daar gingen we.

Het zal er vreemd uit hebben gezien, twee in Tour de France kleding gestoken wielrenners die elke trap op tikken.

Door zovaak mogelijk te bewegen op de manier die op sprinten lijkt, door mijn snelle vezels aan te spreken, zal ik mijn lichaam leren om hier goed in te worden. Ik kan de samenstelling van mijn spieren niet veranderen, ik kan ze wel leren wat ze nog meer kunnen. Ze kunnen me in iedergeval doen lachen, ik voelde me net Leonardo di Caprio in die scene uit the Beach. Een vrouwtje uit een computerspelletje op de trappen van Rotterdam... ze waren leuk om te doen. Wat betreft dat sprinten, we zullen zien.

Tuesday, March 16, 2010

Krachttraining.net

Ik heb weer een stukje geschreven, ik vraag me af hoelang het duurt voordat ik ruzie krijg met een profrenner, ik vergelijk ze nu met aardappels, maar er zit logica in.
Check de link: http://krachttraining.net/index.php/1367.html en veel plezier heh

Saturday, March 13, 2010

De Sportarts

Vorig jaar toen ik mijn fiets kocht, zat ik in week 1 in het wiel bij een gozer die 34 km per uur een rit van 100 km maakte, aan het eind van die 100km kon ik niet meer goed zien, alles draaide, ik zat scheef op mijn fiets en ik was bang om naar huis te rijden, ik wist de weg niet meer zo goed. En de toon was gezet. Het verhaal van dat ritje is dat ik aan een collega vroeg of ik een keer mee mocht fietsen en hij nam een stel vrienden mee en vanaf de eerste meter zaten de heren op een senelheid van rond de 34. Ik wilde mee kunnen komen en zette alles op alles om dat te doen. Ik heb gejankt op de fiets die dag, regelmatig vielen er gaten en op mijn tandvlees reed ik die gaten weer dicht. De hele rit heb ik gereden op onwetendheid en karakter. Een week erna deed ik mee aan een tochtje van een wielerclub in Amersfoort en ik leerde op die dag dat fietsen op een klein ontbijt niet werkt, met een hartslag die op een gabbernummer leek zat ik weer jankend op de fiets. In week 3 deed ik mee met de Gerrie Kneteman Classic, met in week 4 de Dam tot Dam, 100 en 150 km. Tussendoor fietste ik ook nog en in Oktober hoefde ik mijn fiets maar te zien en ik kreeg de neiging om onder een dekentje weg te kruipen. Als ik mijn fietskleren aantrok schoot mijn hartslag omhoog en ik was voornamelijk erg verdrietig, want ik wist dat ik fietsen zo ongelovelijk leuk vond. Achteraf besef ik me dat ik gewoon iets te hard van stapel was gelopen.

Ik heb toen geleerd dat ik er goed aan doe om kleine stapjes te nemen, dat ik net begin en dat ik nog niet mee hoef te komen met al die ervaren fietsers en gisteren heb ik dat gedeeltelijk bevestigt gekregen. Voor mijn column op krachttraining.net ben ik gisteren in Amerongen geweest bij Guido Vroemen. KLIK HIER En we hebben het over training gehad. Ik vertelde hem dat ik ongeveer 8 uur per week fiets en dat het vorig jaar wat te heftig is gegaan voor me en dat ik nu merk dat ik moeite heb om mee te komen met sommige mensen. En het was zo enorm geruststellend wat Guido mij vertelde.... ik hoef niet mee te kunnen komen met die mensen, hij zei zelfs dat hij liever had dat ik vaker met mijn buurman train, die wat minder heftig rijdt, dan met die snelle gladde benen types waar ik mezelf iedere keer stuk mee rijd. Wat een ongelovelijke opluchting, hij vertelde mij wat ik al vermoedde maar niet durfde te doen omdat ik bang was een watje te zijn.

Het is best leuk om heel heftig mee te kunnen komen, maar als ik niet eerst aan mijn basis werk dan staat alles wat ik daarbovenop bouw zo scheef als de toren van Pisa!

Het is natuurlijk heel grappig dat ik de bevestiging van een sportarts nodig heb om overtuigd te raken van hetgeen ik al wist. Alleen is het voor mij zo moeilijk om te kiezen, ik zit telkens tussen twee Rozen in. De ene Rose fietst omdat ze het leuk vind en kan ook rustig aan doen en het op een gedegen manier opbouwen, de andere Rose is een fanatiek serpent dat elke kerel uit het wiel wil rijden en om wil kijken en dan grijnzend een knipoog geeft voordat ze nog meer aanzet. En ik begrijp dat de oplossing in het midden ligt. Wat ik vertelde over hoe ik me in Oktober vorig jaar voelde, volgens Guido was dat dat ik accuut overtraind was, dat heb ik weer. Ik ben erg dol op fietsen en ik wil dat niet nog ene keer ervaren.

Op 6 april ga ik bij Guido een Anaerobe drempeltest doen en ik ga maar eens een jaar de tijd nemen om te spelen op de fiets. Ik denk zelfs dat ik wel naar de tijdstrijderscup ga, maar dan als toeschouwer en dat ik de tijd ga nemen om aan die basis te werken en maar 1 keer per week met heftige mensen mee ga rijden.
Ik dacht dus dat een bezoek aan de sportarts eigenlijk voor hele heele heeele goede sporters was, maar als ik mijn ervaringen op een rijtje zet kan ik als beginnende sporter zonder begeleiding heel veel schade aanrichten en juist ik heb een sportarts nodig. Zo’n test die ik ga doen kan twee kanten op gaan, of ik kom er op mijn 33e achter dat ik de enige in mijn familie ben met sportgenen of ik kom erachter dat ik niet zoveel druk op mezelf hoef te leggen omdat mijjn lichaam toch meer de genen van een columnist bezit. In ieder geval ben ik er mee geholpen en die kerels die mij steeds als een pitbull in het wiel hebben ook. In beide gevallen zullen de resultaten van die test mij een structuur bieden waarbinnen ik aan de slag kan met mijn training. En de sportarts kan me zelfs verteleen hoe ik het beste trainen kan. Niet elke sportsarts doet dat, maar die van mij wel!

Ik ervaar een enorme opluchting, ik mag rustig aan doen, sterker nog, dat is beter voor me. Vaak ben ik het die mijn eigen prestaties in de weg zit, de lat ligt bij mij meestal hoog en dan oogt het resultaat vaak teleurstellend, in iedergeval niet goed genoeg.  Ik heb vroeger, toen ik nog modellen werk deed, heel hard getraind om mijn lijf in vorm te houden, op mijn eten gelet en alles in het teken gezet van mijn carriere. Nu mijn carriere over is hoef ik niet aan een tweede ronde te gaan met mijn hobby. Misschien ga ik met het fietsen zelfs wel verder komen als ik plezier als hoofd doel heb.

Ach de tijd en de test zullen het uitwijzen......

Ik heb nog een hele mooie lange weg voor me, met veel uitdagingen en lessen en op die weg kan ik groeien als fietser, maar vooral als mens, het is voor mij heel wat om van een vreemde iets aan te nemen, maar die sportarts is vandaag uitgeroepen tot Nationale Held!