Het punt is dat ik er een beetje moeite mee heb om een bedrag van rond de twintig euro te betalen om een stuk te mogen fietsen. Tenminste, dat beweer ik altijd als mensen er naar vragen.
Ik baal er een beetje van om nageroepen te worden. “Hey Meiden!” of “Leo, Leo, lekker ding, kijk!” of “Nou, jij fietst door hoor!” dat soort opmerkingen. Als ik daar op zat te wachten was ik wel met mijn crosser in een bouwput gaan rijden. Althans, dat is wat ik roep als iemand me vraagt of ik mee ga rijden.
Op sommige toertochten komen duizenden mensen af. “Ik wil liever niet tussen zoveel mensen rijden,vooral mensen die het niet gewend zijn op de weg te rijden met andere fietsers om zich heen.” Roep ik meestal een beetje arrogant om niet mee te hoeven.
De waarheid is dat de drie bovenstaande excuses gewoon niets meer zijn doodgewone smoesjes. En nu ik op Facebook van niemand minder dan Koos – hij had nog niet mogen stoppen – Moerenhout de vraag krijg of ik mee doe met zijn Classic rest mij niets dan ja te zeggen en niet te piepen. Ik heb het nog even geprobeerd hoor... ik kwam met iets van “Goh dat is toch niet op dezelfde dag als koersje dit en dit of de regiokampioenschappen?” Maar Koos is niet voor een gat te vangen... hij vertelde me direct dat het een prachtige rit is. “Geen stoplicht te bekennen.” Zo zegt hij. In de hoop dat hij nee zou zeggen vroeg ik hem of ik dan wel in zijn wiel mocht... geen probleem, zo blijkt.
Ik heb mezelf net ingeschreven voor de Koos Moerenhout Classic! En wel voor de 180 km! In het wiel van Koos, daar kan ik toch geen nee tegen zeggen?!